Open brief Code VVR (SFM)

This post is also available in: English (Engels)

Onderstaande brief heb ik gestuurd naar de opstellers van de Code VVR en bij het vervoer en rolstoelverstrekking betrokken partijen. Omdat er momenteel twee Codes bestaan gebruik ik op hier de term Code VVR (SFM). De code is gepubliceerd door Sociaal Fonds Mobiliteit als secretariaat namens het Platform.
Voor mij zijn vooral de veiligheid en de samenwerking op de werkvloer bij verstrekking van rolstoelen en bij het vervoer van belang.

Den Haag, 15 oktober 2020

Sociaal Fonds Mobiliteit
t.a.v. dhr. H. van Gelderen
Postbus 154
4100 AD Culemborg

betreft: Open brief Code VVR

cc: medeopstellers Code VVR
KNV taxi,
Firevaned

en:
Actiz
CNV vakmensen
Ergotherapie Nederland
FNV taxi
Ieder(in)
Inclusie Verenigt
KBO-PCOB
Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport
• afdeling Doelgroepenvervoer
• programma Onbeperkt Meedoen
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
• Inspectie Leefomgeving en Transport
Minister van Gehandicaptenzaken
Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
NEN Normcommissie Rolstoelen
Stichting Vast = Beter
Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Zorgverzekeraars Nederland

Geachte opstellers van de Code VVR

Nederland heeft een lange traditie op het gebied van het werken aan veiligheid van het rolstoelvervoer. Dat heeft in het verleden geleid tot een Code VVR die naar behoren functioneerde. Er ligt nu een nieuwe, andere, veel striktere Code VVR op tafel, opgesteld onder verantwoordelijkheid van Sociaal Fonds Mobiliteit.
Deze code VVR stelt dat vanaf 1 januari 2021 rolstoelpassagiers uitsluitend vervoerd mogen worden in een rolstoel die voldoet aan ISO 7176-19. Deze code beperkt hiermee op directe wijze de toegankelijkheid van vervoer voor een aanzienlijke groep rolstoelgebruikers.

Bij een zo rigoureuze wijziging zou duidelijk moeten zijn:

• wat de wettelijke basis is voor deze ingreep,
• de omvang is van de buitengesloten groep rolstoelgebruikers, en de gevolgen van de invoering voor hen
• welke oplossingen er zullen worden geboden en wat de kosten daarvan zijn
• wat de invoering van deze Code VVR aan verbetering van de veiligheid oplevert, afgewogen tegen de extra kosten voor de samenleving en de gevolgen voor de buitengesloten groep rolstoelgebruikers.

In de inleiding van de Code schrijft u:
Het toegankelijkheidsbeginsel uit het VN-verdrag Rechten voor mensen met een beperking stelt dat iedereen dezelfde rechten heeft op het gebied van toegankelijkheid en participatie in de maatschappij. Daarbij hoort het recht op vrije keuze van mobiliteitsmiddelen.“.
Het rolstoel(taxi)vervoer maakt deel uit van de openbaar vervoer keten voor mensen met een beperking en dient daarom toegankelijk te zijn, het hoort bij de vrije keuze van mobiliteitshulpmiddelen.

Vragen

  1. U geeft in de Code aan:
    “In het belang van de reizigers, chauffeurs van rolstoelvoertuigen en de organisaties waarbinnen zij actief zijn, beschrijft de code de (wettelijke) regels waaraan moet worden voldaan.”
    Kunt exact aangeven op basis van welke wetgeving rolstoelpassagiers alleen zouden mogen worden vervoerd als hun rolstoel aan ISO 7176-19 voldoet?
  2. Hoe groot is de groep rolstoelgebruikers die op 1 januari 2021 geen beschikking zal hebben over een ISO 7176-19 rolstoel omdat hun huidige rolstoel nog niet aan vervanging toe is?
  3. Wat zijn de kosten als voor al deze mensen de rolstoel versneld zou moeten worden vervangen? Is er overleg geweest met rolstoelverstrekkers over deze problematiek? Zowel wat betreft de financiering van deze versnelde vervanging als wat betreft de doorlooptijd van aanvragen en verstrekking van nieuwe rolstoelen en eventuele noodzakelijke aanpassingen?
  4. Wat zijn de mogelijkheden voor deze buitengesloten rolstoelgebruikers om alsnog wél vervoerd te kunnen worden? In de code wordt gesproken over “individueel vervoer”. Is er overleg geweest over deze oplossing met de partijen die het rolstoelvervoer aanbesteden en financieren? Zijn er afspraken gemaakt dat dit “individuele vervoer” ook daadwerkelijk aan de doelgroep geleverd gaat worden?
  5. Hoe groot is de groep rolstoelgebruikers die op 1 januari 2021 geen beschikking kanhebben over een ISO 7176-19 rolstoel omdat zij een rolstoel op maat nodig hebben vanwege de aard van hun beperkingen?
  6. Wat zijn de kosten als alle gebruikers van een rolstoel op maat gebruik moeten maken van “individueel vervoer”? Is er over deze problematiek overleg geweest met de partijen die het rolstoelvervoer aanbesteden en financieren? Zijn er afspraken gemaakt dat deze doelgroep inderdaad “individueel vervoer” gaat krijgen?
  7. U geeft in de Code aan:
    Als een partij een hulpmiddel op maat maakt, omdat de behandelend arts of een andere ter zake kundige dat voorschrijft, is deze partij fabrikant en neemt deze de productverantwoordelijkheid op zich. Ook in die gevallen dient de fabrikant te voldoen aan de Europese Richtlijnen inzake vervoerbaarheid. Hij draagt verantwoordelijkheid om aan te tonen dat het product aan de norm voldoet of aan te geven dat het niet aan de norm voldoet.”
    Kunt u exact aangeven aan welke “Europese Richtlijn inzake vervoerbaarheid” hier wordt gerefereerd?
  8. Gezien de inhoud van ISO 71760-19 is het voor een rolstoel op maat niet mogelijk om aan deze ISO norm te voldoen. Deze groep rolstoelgebruikers zal dus nooit aan het door code VVR geeiste beschikbaar hebben van een ISO 7176-19 rolstoel kunnen voldoen.
    U geeft in de Code aan:
    Voor mensen in een combinatie van rolstoelonderstel en orthesebovenbouw of zitkuip zijn er inmiddels oplossingen beschikbaar die het mogelijk maken om veilig met een rolstoel vervoerd te worden.”
    Kunt u aangeven waarom de oplossingsrichtingen die het mogelijk maken om veilig met een rolstoel op maat vervoerd te kunnen worden niet nader in de code VVR zijn uitgewerkt terwijl er wel een harde ingangsdatum van 1 januari 2021 is gegeven waarna deze doelgroep niet meer vervoerd mag worden?
  9. De Code VVR heeft ingrijpende gevolgen voor de toegankelijkheid van het rolstoelvervoer. Kunt u aangeven welke verbetering van de veiligheid van het rolstoelvervoer daar tegenover staat? Welke risicoanalyse is daarvoor uitgevoerd?

Graag zou ik een duidelijk antwoord op bovenstaande vragen ontvangen. Mocht u het in een van de bovenstaande vragen niet met mij eens zijn, wilt u dan helder beargumenteren waarom u dat anders ziet.
Antwoorden op deze vragen zijn in het belang van een door alle partijen gezamenlijk gedragen goede Code VVR. En niet in het laatst in het belang van de (rolstoel)passagiers en de chauffeurs.

Ik zie uw reactie graag tegemoet,
met vriendelijke groet,

Ir. Roelof Veenbaas
roelof (at) arenlezen.nl

2 antwoorden op “Open brief Code VVR (SFM)”

  1. KBO-PCOB toegevoegd aan de verzendlijst (18 oktober 2020)
    Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland toegevoegd aan de verzendlijst (11 november 2020)

  2. De volgende reactie op de Open Brief ontving ik op 17 november 2020 van de voorzitter van de werkgroep Hulpmiddelen van de Nederlandse Vereniging van Revalidatie Artsen (VRA), dhr. Theo Bougie:

    “Geachte heer Veenbaas, beste Roelof,

    Alles goed met jou? Al een hele tijd geleden dat we elkaar regelmatig tegenkwamen bij het IRV in Hoensbroek.
    Ik reageer op de Open brief Code VRR van 15-10-2020 aan dhr. M. Berkhout van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen VRA over verwachte problemen per 1-1-2021 met het taxivervoer voor aangepaste rolstoelen. De brief aan de VRA is behandeld in de werkgroep Hulpmiddelenzorg van de VRA waaraan ik deelneem.

    We zijn het met je eens dat het vreemd is dat aangepaste rolstoelen niet vervoerd mogen worden op de normale wijze. Anderzijds past het dat ook aangepaste rolstoelen aan dezelfde veiligheidseisen voldoen die voor rolstoelen gelden die aan de ISO-norm 7176/19 voldoen.

    Volgens ons moet je de oplossing zoeken in de nieuwe Europese Verordening Medische Hulpmiddelen – de MDR – die per 26-5-2021 van kracht wordt. Deze Verordening regelt dat alle medische hulpmiddelen verkrijgbaar op de Europese markt veilig moeten zijn voor alle gebruikers en moeten voldoen aan datgene wat de fabrikant over de functie er van meldt. Indien een hulpmiddel aan de Verordening voldoet, is de fabrikant verplicht dat door middel van een CE-label op de rolstoel aan te geven. Hulpmiddelen zonder CE – die niet aan de Verordening voldoen – mogen in de EU niet verhandeld worden.

    Het aanbrengen van het CE-label op individueel aangepaste hulpmiddelen loopt tegen gelijkaardige problemen aan zoals jij noemt. Een seriematig vervaardigd hulpmiddel is “af fabriek” voorzien van een CE-label. Echter veel medisch hulpmiddelen gebruikt door mensen met een beperking, worden in de directe omgeving van de gebruiker gemaakt of aangepast; denk aan prothesen, orthesen en ook rolstoelen. Deze “naar maat gemaakte hulpmiddelen” kunnen door de (lokale) fabrikant op de markt gezet worden met CE-label maar dan moet het gehele fabricage proces gecertificeerd zijn; we spreken dan over een “seriematig naar maat gemaakt hulpmiddel”.
    Alternatief voor de fabrikant/aanpasser is het op de markt zetten als “ambachtelijk naar maat gemaakt hulpmiddel”. Dat hulpmiddel heeft geen CE en moet toch aan exact dezelfde veiligheidsspecificaties voldoen als een hulpmiddel met CE; daarvoor moet de fabrikant/aanpasser een uitgebreid dossier bijhouden over wat hij gedaan en aangepast heeft, waarom dat nodig was en hoe dat uitgevoerd is. Uiteindelijk ontstaat zo een veilig hulpmiddel dat aan de Verordening voldoet, echter zonder CE.

    Ik heb over deze materie een jaar lang intensief gehad met het Ministerie van VWS en deze handelswijze is overgenomen in het kader van de implementatie van de Europese Verordening in Nederland. De insteek van Orthobanda en VRA in dat overleg betrof met name orthopedisch hulpmiddelen. Firevaned heeft met name aandacht besteed aan de rolstoelen; ik adviseer je hierover contact te leggen met Leander Leijh van Firevaned (l.leijh@medux.nlcreatecreate new email new email).

    Samengevat komt de zienswijze van de VRA er op neer om niet de ISO-standaard als “proof of safety” te beschouwen, doch de Europese Verordening die in Nederland altijd en voor iedereen geldt. Trouwens ook in deze Verordening kom je op een dieper level vaak weer ISO- en met name ook CEN-standaarden tegen maar daarover ben ik voor de rolstoelen onvoldoende geïnformeerd.

    Succes met de verdere aanpak en ik hoop dat je hier iets aan hebt.

    Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen,
    Werkgroep Hulpmiddelenzorg
    Ir. Theo H.M. Bougie”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *